
- Herfst
- Sinterklaas
- Winter
- Ziek zijn
- Mijn lichaam
- Dieren
- Water
- Baby
- Huis
- Verkeer
- Sprookjes
- Supermarkt & eten
- Tellen & feest
- Ridders & kastelen
- Toveren & heksen
- Prinsen & prinsessen
- Rekenactiviteiten
- Taalactiviteiten
- De gekke 5 minuten
- Liedjes en versjes
- Gym- en spellessen
- Logopedie
- Dagritmekaarten
- Speciale dagen
- Invallen doe je zo!
- Stagetips
Zoeken op de site:
» Project mijn lichaam (Piramide)
Kringactiviteiten
Proeven, ruiken en horen
Allerlei spelletjes die te maken hebben met proeven, ruiken en horen. Bijv. kinderen uit een fotoroldoosje iets laten proeven. Smaakt het zoet, zout of zuur?
Kinderen iets laten ruiken.
Geluiden laten horen. Wat is dit? Is het geluid hard of zacht?"(Bijv. luisterlotto).
Horen: het spelletje "Tik, tik, wie ben ik?"
Lichaam omtrekken
Een kind gaat op een stuk behangpapier liggen. De leerkracht of een ander kind trekt het kind om. Daarna worden de lichaamsdelen benoemd en eventueel erbij geschreven. De kinderen kunnen het afgebeelde kind daarna in gaan kleuren.
Dit kan ook op de speelplaats met stoepkrijt.
We zien er niet hetzelfde uit
De kinderen vergelijken elkaar aan de hand van meegebrachte foto's of gewoon zo. Wat is hetzelfde, wat is anders? Is iedereen even groot? Welke kleur ogen heeft iedereen? Hoe zitten de haren? Wat voor kleren hebben jullie aan? enz.
Jongen en meisje
Een jongen en een meisje vergelijken. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten?
Verhaal wat hier bij past: "Jip is een meisje", uit Jip en Janneke 1.
Voelen
Voelspel of voeldoos: Laat de kinderen allerlei voorwerpen voelen. Hoe voelt het? Wat zou het zijn?
Of zet een voeldoos in een hoek in de klas. De kinderen mogen hier tijdens de werkles spelen. Wat voelen ze? Wat zou er in de doos zitten?
Wie heb ik in gedachten?
De leerkracht neemt een kind in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen om er zo achter te komen welk kind het is. Je krijgt dan vragen als: is het een jongen? Is het een meisje? Heeft hij/zij een staart? Heeft hij/zij een spijkerbroek aan?
Lichaamsdelen raden
Neem een lichaamsdeel in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen die jij met ja en nee beantwoordt. Je kunt ook over een lichaamsdeel vertellen, zonder het te noemen, waarna de kinderen moeten raden over welk lichaamsdeel je het hebt.
Meten
Een leuke en geschikte activiteit rondom "mijn lichaam" is het meten van de kinderen uit de klas. Hoe lang is iedereen? Wie denken wij dat het grootst is? Wie zou het kleinst zijn? Hoe kunnen we weten of dit klopt?
Zet verschillende kinderen tegen elkaar en kijk telkens wie het grootst of kleinst is. Plak een stuk behangrol tegen de deur en laat de kinderen hier tegen staan. Streep aan hoe groot het kind is en schrijf de naam van het kind erbij.
De schoenenwinkel
Laat alle kinderen de schoenen uitdoen en leg ze op een grote hoop. Doe nu allerlei activiteiten met de schoenen. Ga ze bijvoorbeeld tellen en kom dan tot de conclusie dat er iets niet klopt. Er zitten 20 kinderen in de klas en er liggen 40 schoenen? Dat kan toch helemaal niet! Weten de kinderen hoe dit kan?
Hoeveel veterschoenen liggen er? Hoeveel paar veterschoenen zijn dat?
Hoeveel laarsjes liggen er? Hoeveel schoenen met klittenband en hoeveel sandalen? enz. Classificeer door de schoenen op kenmerk bij elkaar te leggen.
Na het tellen kun je de schoenen met de kinderen gaan seriëren. Welke schoenen zijn groot of hoog? Welke schoenen zijn kleiner of laag? Maak rijtjes van hoog naar laag of van groot naar klein. Hiervoor moeten de kinderen de schoenen goed tegen elkaar houden en meten welke het grootst is of welke het kleinst.
Tenslotte mogen de kinderen de paren schoenen bij elkaar zoeken zodat alles weer klopt.
Als afsluiting is een raadspelletje leuk. Je beschrijft een paar schoenen en de kinderen moeten raden over welk paar jij het hebt of je houdt een paar schoenen omhoog en de kinderen moeten raden van wie dit paar is. (De eigenaar mag uiteraard niks verklappen!)
Bewegen
Maak bewegingen met je benen, voeten, armen, handen, hoofd etc. die de kinderen na moeten doen.
Geef de kinderen opdrachten: leg je elleboog op... doe je benen.... leg je handen naast... etc.
Dansen in de spiegel
De kinderen werken in tweetallen. De kinderen gaan tegenover elkaar staan. Het ene kind maakt een beweging, het andere kind doet hem/haar na. Zo lijkt het alsof je in de spiegel naar jezelf kijkt.

Liedjes en versjes
Versje, vingers 1
Dit is opa, klein en dik
dit is oma, die breit van rikketikketik
dit is vader, groot en sterk,
dit is moeder, die doet al het werk
en de hele familie van Jantje, woont in mijn handje!
Versje, vingers 2
Naar bed, naar bed, zei duimelot
eerst nog wat eten, zei likkepot
waar zal ik het halen, zei lange Jan
uit grootmoeders kastje, zei ringeling
dan zal ik het verklappen, zei het kleine ding.
Dit zijn mijn wangetjes
Dit zijn mijn wangetjes
en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje,
met tandjes erin.
Dit zijn mijn oren,
mijn ogen, mijn haar.
Nu nog mijn neusje,
en dan ben ik klaar.
Hoofd, schouder, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Ora viva
Ora viva
'k draai mijn handen.
'k Draai mijn handen.
Ora viva,
'k draai mijn handen, trala!
Met de vingertjes
Met de vingertjes, met de vingertjes
met de platte, platte handjes.
Met de vuistjes, met de vuistjes,
met de elleboogjes.
Klap, klap, klap.
Twee handjes op de tafel
Twee handjes op de tafel,
twee handjes in de zij.
Twee handjes op de schoudertjes,
op 't hoofdje allebei.
Nu maken wij twee vuistjes,
zo stevig als 't maar kan,
daar gaan we nu mee trommelen,
van je rommel de bommel de bom.
De duimpjes zijn de dikste,
de pinkjes zijn maar klein,
nu moeten alle handjes...
1, 2, 3... op 't rugje zijn.
Mijn handjes zijn verdwenen,
ik heb geen handjes meer.
Waar zijn ze nou gebleven?
Hier!!.... zien mijn handjes weer!
Bovenstaande liedjes komen uit Liedjes met een hoepeltje erom.
Kijk mij nou
Ik kan springen ik kan draaien
ik kan met m'n armen zwaaien
ik kan klappen in m'n handen
eik kan bijten met m'n tanden
ik kan ook hinken op een been
en ik kan wiebelen met mijn teen.
Kijk mij nou
kijk mij nou
o wat ben ik blij
kijk mij nou
kijk mij nou
heel mijn lijf
dat is van mij!
5 Vingertjes
5 vingertjes zijn heel moe
en slapen met hun oogjes toe
totdat de zon met warme stralen
de vingers uit hun slaap komt halen
de duim wordt wakker, en wekt zijn makker
de wijsvinger staat op met een slaperige kop
de middelvinger is boos, hij sliep nog als een roos
de ringvinger doet kwiek, zijn ochtendgymnastiek
ik ook zegt pinkje ping en voelt zich erg flink
dan roepen de vingers in koor:
dag zonnetje, blijven schijnen hoor!
Spiegel
Ik heb een spiegel in mijn hand
en iemand lacht naar mij, heel charmant
maar wie kijkt er toch naar me met zo'n blik?
oh, maar wacht eens even, dat ben ik.
Spiegeltje, spiegeltje
Spiegeltje, spiegeltje, wat zie jij
zie jij een meisje dat lijkt op mij
of zie jij een prinsesje voor je staan
een prinsesje met mijn kleertjes aan
een prinsesje dat sprekend lijkt op mij
spiegeltje, spiegeltje, vertel me vlug, wat zie jij?
Lekker douchen met z'n allen
Lekker douchen met z'n allen, spetter de spat.
Lekker douchen met z'n allen, want dan word je lekker nat.
Van je haren tot je tenen,
ook je armen en je benen.
Lekker douchen met z'n allen, spetter de spat.
Glibber, glibber..... oeps! De zeep is glad.
Glibber, glibber.... oeps! Lekker nat!
We beginnen maar meteen,
met de zeep er overheen,
we beginnen maar meteen met de .......[lichaamsdeel]
Uit: Piramide
Ideeën voor de hoeken
Onder de douche
Leg in een hoek een zeil op de grond. Maak een emmertje met gaatjes in de bodem en hang hem op z'n kop aan een draad, slang of buis, als douchekop. Leg lege flessen van badschuim en shampoo bij de douche. Zorg voor washandjes, handdoeken, zeep en alle andere benodigdheden.
Zo kunnen de kinderen zichzelf douchen.
Je kunt ook een pop in een poppenbadje in de huishoek zetten, zodat de kinderen de pop in bad kunnen doen, aan- en uit kunnen kleden enz.
Introduceer deze nieuwe hoek in de kring. Laat zien wat de kinderen er allemaal kunnen. Doe het een keer voor!!
Prentenboeken
Billen, buikje, benen - Betty Sluyzer
Kijk mij nou! - M. Baseler

Beeldende- en constructieve activiteiten
Handafdruk
Laat de kinderen een handafdruk maken met verf. Een voetafdruk kan ook!
Jezelf tekenen
Teken jezelf met wasco, kleurtjes of potlood. Of schilder jezelf op het verfbord.
Jezelf kleien
Kralenplanken
Kleurplaten
[ terug... ]
Proeven, ruiken en horen
Allerlei spelletjes die te maken hebben met proeven, ruiken en horen. Bijv. kinderen uit een fotoroldoosje iets laten proeven. Smaakt het zoet, zout of zuur?
Kinderen iets laten ruiken.
Geluiden laten horen. Wat is dit? Is het geluid hard of zacht?"(Bijv. luisterlotto).
Horen: het spelletje "Tik, tik, wie ben ik?"
Lichaam omtrekken
Een kind gaat op een stuk behangpapier liggen. De leerkracht of een ander kind trekt het kind om. Daarna worden de lichaamsdelen benoemd en eventueel erbij geschreven. De kinderen kunnen het afgebeelde kind daarna in gaan kleuren.
Dit kan ook op de speelplaats met stoepkrijt.
We zien er niet hetzelfde uit
De kinderen vergelijken elkaar aan de hand van meegebrachte foto's of gewoon zo. Wat is hetzelfde, wat is anders? Is iedereen even groot? Welke kleur ogen heeft iedereen? Hoe zitten de haren? Wat voor kleren hebben jullie aan? enz.
Jongen en meisje
Een jongen en een meisje vergelijken. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten?
Verhaal wat hier bij past: "Jip is een meisje", uit Jip en Janneke 1.
Voelen
Voelspel of voeldoos: Laat de kinderen allerlei voorwerpen voelen. Hoe voelt het? Wat zou het zijn?
Of zet een voeldoos in een hoek in de klas. De kinderen mogen hier tijdens de werkles spelen. Wat voelen ze? Wat zou er in de doos zitten?
Wie heb ik in gedachten?
De leerkracht neemt een kind in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen om er zo achter te komen welk kind het is. Je krijgt dan vragen als: is het een jongen? Is het een meisje? Heeft hij/zij een staart? Heeft hij/zij een spijkerbroek aan?
Lichaamsdelen raden
Neem een lichaamsdeel in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen die jij met ja en nee beantwoordt. Je kunt ook over een lichaamsdeel vertellen, zonder het te noemen, waarna de kinderen moeten raden over welk lichaamsdeel je het hebt.
Meten
Een leuke en geschikte activiteit rondom "mijn lichaam" is het meten van de kinderen uit de klas. Hoe lang is iedereen? Wie denken wij dat het grootst is? Wie zou het kleinst zijn? Hoe kunnen we weten of dit klopt?
Zet verschillende kinderen tegen elkaar en kijk telkens wie het grootst of kleinst is. Plak een stuk behangrol tegen de deur en laat de kinderen hier tegen staan. Streep aan hoe groot het kind is en schrijf de naam van het kind erbij.
De schoenenwinkel
Laat alle kinderen de schoenen uitdoen en leg ze op een grote hoop. Doe nu allerlei activiteiten met de schoenen. Ga ze bijvoorbeeld tellen en kom dan tot de conclusie dat er iets niet klopt. Er zitten 20 kinderen in de klas en er liggen 40 schoenen? Dat kan toch helemaal niet! Weten de kinderen hoe dit kan?
Hoeveel veterschoenen liggen er? Hoeveel paar veterschoenen zijn dat?
Hoeveel laarsjes liggen er? Hoeveel schoenen met klittenband en hoeveel sandalen? enz. Classificeer door de schoenen op kenmerk bij elkaar te leggen.
Na het tellen kun je de schoenen met de kinderen gaan seriëren. Welke schoenen zijn groot of hoog? Welke schoenen zijn kleiner of laag? Maak rijtjes van hoog naar laag of van groot naar klein. Hiervoor moeten de kinderen de schoenen goed tegen elkaar houden en meten welke het grootst is of welke het kleinst.
Tenslotte mogen de kinderen de paren schoenen bij elkaar zoeken zodat alles weer klopt.
Als afsluiting is een raadspelletje leuk. Je beschrijft een paar schoenen en de kinderen moeten raden over welk paar jij het hebt of je houdt een paar schoenen omhoog en de kinderen moeten raden van wie dit paar is. (De eigenaar mag uiteraard niks verklappen!)
Bewegen
Maak bewegingen met je benen, voeten, armen, handen, hoofd etc. die de kinderen na moeten doen.
Geef de kinderen opdrachten: leg je elleboog op... doe je benen.... leg je handen naast... etc.
Dansen in de spiegel
De kinderen werken in tweetallen. De kinderen gaan tegenover elkaar staan. Het ene kind maakt een beweging, het andere kind doet hem/haar na. Zo lijkt het alsof je in de spiegel naar jezelf kijkt.

Liedjes en versjes
Versje, vingers 1
Dit is opa, klein en dik
dit is oma, die breit van rikketikketik
dit is vader, groot en sterk,
dit is moeder, die doet al het werk
en de hele familie van Jantje, woont in mijn handje!
Versje, vingers 2
Naar bed, naar bed, zei duimelot
eerst nog wat eten, zei likkepot
waar zal ik het halen, zei lange Jan
uit grootmoeders kastje, zei ringeling
dan zal ik het verklappen, zei het kleine ding.
Dit zijn mijn wangetjes
Dit zijn mijn wangetjes
en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje,
met tandjes erin.
Dit zijn mijn oren,
mijn ogen, mijn haar.
Nu nog mijn neusje,
en dan ben ik klaar.
Hoofd, schouder, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Ora viva
Ora viva
'k draai mijn handen.
'k Draai mijn handen.
Ora viva,
'k draai mijn handen, trala!
Met de vingertjes
Met de vingertjes, met de vingertjes
met de platte, platte handjes.
Met de vuistjes, met de vuistjes,
met de elleboogjes.
Klap, klap, klap.
Twee handjes op de tafel
Twee handjes op de tafel,
twee handjes in de zij.
Twee handjes op de schoudertjes,
op 't hoofdje allebei.
Nu maken wij twee vuistjes,
zo stevig als 't maar kan,
daar gaan we nu mee trommelen,
van je rommel de bommel de bom.
De duimpjes zijn de dikste,
de pinkjes zijn maar klein,
nu moeten alle handjes...
1, 2, 3... op 't rugje zijn.
Mijn handjes zijn verdwenen,
ik heb geen handjes meer.
Waar zijn ze nou gebleven?
Hier!!.... zien mijn handjes weer!
Bovenstaande liedjes komen uit Liedjes met een hoepeltje erom.
Kijk mij nou
Ik kan springen ik kan draaien
ik kan met m'n armen zwaaien
ik kan klappen in m'n handen
eik kan bijten met m'n tanden
ik kan ook hinken op een been
en ik kan wiebelen met mijn teen.
Kijk mij nou
kijk mij nou
o wat ben ik blij
kijk mij nou
kijk mij nou
heel mijn lijf
dat is van mij!
5 Vingertjes
5 vingertjes zijn heel moe
en slapen met hun oogjes toe
totdat de zon met warme stralen
de vingers uit hun slaap komt halen
de duim wordt wakker, en wekt zijn makker
de wijsvinger staat op met een slaperige kop
de middelvinger is boos, hij sliep nog als een roos
de ringvinger doet kwiek, zijn ochtendgymnastiek
ik ook zegt pinkje ping en voelt zich erg flink
dan roepen de vingers in koor:
dag zonnetje, blijven schijnen hoor!
Spiegel
Ik heb een spiegel in mijn hand
en iemand lacht naar mij, heel charmant
maar wie kijkt er toch naar me met zo'n blik?
oh, maar wacht eens even, dat ben ik.
Spiegeltje, spiegeltje
Spiegeltje, spiegeltje, wat zie jij
zie jij een meisje dat lijkt op mij
of zie jij een prinsesje voor je staan
een prinsesje met mijn kleertjes aan
een prinsesje dat sprekend lijkt op mij
spiegeltje, spiegeltje, vertel me vlug, wat zie jij?
Lekker douchen met z'n allen
Lekker douchen met z'n allen, spetter de spat.
Lekker douchen met z'n allen, want dan word je lekker nat.
Van je haren tot je tenen,
ook je armen en je benen.
Lekker douchen met z'n allen, spetter de spat.
Glibber, glibber..... oeps! De zeep is glad.
Glibber, glibber.... oeps! Lekker nat!
We beginnen maar meteen,
met de zeep er overheen,
we beginnen maar meteen met de .......[lichaamsdeel]
Uit: Piramide
Ideeën voor de hoeken
Onder de douche
Leg in een hoek een zeil op de grond. Maak een emmertje met gaatjes in de bodem en hang hem op z'n kop aan een draad, slang of buis, als douchekop. Leg lege flessen van badschuim en shampoo bij de douche. Zorg voor washandjes, handdoeken, zeep en alle andere benodigdheden.
Zo kunnen de kinderen zichzelf douchen.
Je kunt ook een pop in een poppenbadje in de huishoek zetten, zodat de kinderen de pop in bad kunnen doen, aan- en uit kunnen kleden enz.
Introduceer deze nieuwe hoek in de kring. Laat zien wat de kinderen er allemaal kunnen. Doe het een keer voor!!
Prentenboeken
Billen, buikje, benen - Betty Sluyzer
Kijk mij nou! - M. Baseler
Beeldende- en constructieve activiteiten
Handafdruk
Laat de kinderen een handafdruk maken met verf. Een voetafdruk kan ook!
Jezelf tekenen
Teken jezelf met wasco, kleurtjes of potlood. Of schilder jezelf op het verfbord.
Jezelf kleien
Kralenplanken
Kleurplaten
[ terug... ]

Ads door Google
Nieuws
- Naar iets op zoek? Gebruik de zoekfunctie linksonder!
Klik hier en dit wordt je startpagina!
Gastenboek

Ik zou het leuk vinden als u een berichtje achterlaat! Zie boven bij gasten. Hieronder kunnen alleen korte berichten! Dankjewel! Groetjes Anke